In de voetsporen van een wandelpionier

Wandelen. Het klinkt zo vanzelfsprekend, maar we doen het nog niet zo lang. In de tweede helft van de 19e eeuw is Jacobus Craandijk de eerste echte wandelpionier. Tussen 1874 en 1888 trekt hij te voet door heel Nederland. In zijn zwierige stijl beschrijft hij 75 wandeltochten, tekenaar Piet Schipperus maakt er 126 prachtige litho’s bij. De acht kloeke delen van de Wandelingen door Nederland met pen en potlood zijn het resultaat, samen vormen ze een standaardwerk. Craandijk, in het dagelijks leven doopsgezind predikant, toont zich ook op wandelgebied een voorganger. Lezers volgen in zijn voetsporen en het wandeltoerisme in Nederland krijgt gestalte.

“En uw gids schrijft niet voor den vreemdeling. Den landgenoot tracht hij het vaderland te doen kennen.”

In 2012 herontdekt reisjournalist en -auteur Flip van Doorn de nog altijd prikkelende wandelverslagen van de ‘wandelende dominee.’ Hij ziet opmerkelijke parallellen met zijn eigen werk en ontdekt bovendien dat Craandijk en hij verwanten zijn. Maar bovenal ziet hij dat veruit de meeste tochten die zijn ‘oudoom’ Jacobus maakte, nog altijd na te wandelen zijn. Welbeschouwd is Craandijk de oudoom van alle wandelaars. Daarom besluit Van Doorn letterlijk en figuurlijk in de voetsporen van de wandelpionier te treden, op zoek te gaan naar overblijfselen van het ‘verdwijnende Nederland’ dat Jacobus Craandijk beschrijft, en over de generaties heen het gesprek aan te gaan met zijn illustere vakgenoot.

 

Wandelingen door Nederland met Jacobus Craandijk is tot stand gekomen in samenwerking met: